Beveiligingstechniek

Inbraakbeveiliging

Beveiligingsmethodiek Inbraakbeveiliging

Een inbraak of diefstal kan veel directe en indirecte schade tot gevolg hebben. Daarom is het van groot belang om een goede risicoanalyse te maken van de situatie. Voskamp Beveiligingstechniek is een gecertificeerd Technisch Beveiligingsbedrijf en weet dit als geen ander. Een effectief preventieplan voor inbraakbeveiliging van een bedrijf bestaat uit een slimme combinatie van beveiligingsmaatregelen 

  • Organisatorische maatregelen met veiligheidsgedragsregels voor medewerkers.
  • Een bouwkundige schil met veiligheidssloten in de periferie om binnenkomst te bemoeilijken.
  • Snelle detectiemiddelen, zoals bewegingsmelders, achter deze schil die indringers vroegtijdig signaleren.
  • Extra (bouwkundige) maatregelen voor attractieve goederen.
  • Betrouwbare alarmering naar een particuliere alarmcentrale en opvolging door een alarmopvolgings-dienst.

Het inbraakalarmsysteem heeft als doel om in het object (pand en terrein) indringers, insluipers en insluiters met kwade bedoelingen zo snel mogelijk te detecteren en te lokaliseren. Om deze ongewenste situatie te alarmeren (luid alarm zowel akoestisch als optisch) en door te melden (stil alarm) naar een meldkamer (Particuliere Alarm Centrale PAC) waardoor adequate actie kan worden ondernomen (alarmopvolging) door een sleutelhouder, eventueel particuliere alarmopvolgingsdienst en/of de politie.

Voskamp Beveiligingstechniek verzorgt dit gehele traject; van beveiligingsplan tot installatie en serviceverlening. Indien de verzekeraar dit eist, kan een kwaliteitscertificaat bij oplevering worden verstrekt. 

Onze werkwijze

Bouwkundige inbraakbeveiliging als eerste barrière

Binnen een preventieplan van Voskamp Beveiligingstechniek is veel aandacht voor bouwkundige beveiligingsmaatregelen. U kunt hierbij denken aan veiligheidssloten op ramen en deuren, een barrièrestang voor een openslaand raam, rolluiken of een bouwkundig compartiment. Een doordachte combinatie van maatregelen als veiligheidssloten op toegangsdeuren, aangevuld met bouwkundige compartimenten en meeneembeperkende maatregelen voor attractieve goederen werkt zowel preventief als tijdvertragend voor de inbreker. Met een combinatie van bouwkundige en elektronische maatregelen ontstaat een bijzonder effectief beveiligingsconcept.

Gecertificeerd inbraakalarm

Onze inbraakdetectieapparatuur is voorzien van een productcertificaat en voldoet aan de hoogste eisen van betrouwbaarheid. Door slimme positionering van buitendetectie, deurcontacten, bewegingsdetectie en trildetectie worden ongewenste indringers snel gedetecteerd en wordt de alarmopvolging in gang gezet. Wij staan 24/7 voor u klaar om de continuïteit van uw inbraakalarmsysteem te garanderen. Met onze Remote Service dienstverlening kunnen wij u op afstand ondersteunen bij storingen of vragen betreffende de inbraakbeveiliging. Deze service biedt nog meer zekerheid voor een veilige omgeving.

Bekabelen

Alle te bekabelen componenten worden door middel van zwakstroomkabels aangesloten op de centrale apparatuur. Wij vinden kabelgoot en buis geen fraai gezicht. Daarom worden onze monteurs getraind om alle bekabeling zoveel als mogelijk onzichtbaar weg te werken en het gebruik van gootjes tot een absoluut minimum te beperken. Immers het oog wil ook wat!

Het aanbrengen van de bekabeling is erg bewerkelijk. Door speciale training en ervaring van onze monteurs kunnen wij de bekabeling zo goed als mogelijk onzichtbaar aanbrengen. Wij zullen de bekabeling proberen weg te werken via de spouw, verlaagde plafonds en andere ruimtes. Op plaatsen waar de bekabeling niet onzichtbaar kan worden aangebracht zullen wij in overleg met u een minikanaal monteren op een positie welke zo min mogelijk opvalt. Dit minikanaal zal met acrylaatkit worden afgewerkt.

Indien de bekabeling door uw E-installateur wordt aangelegd door ons een kabelplan en blokschema verstrekt. De kabel dient uniform gecodeerd en met een overlengte van 2 meter aan beide zijden te worden aangebracht. De kabellocatie mag maximaal 0,5 meter afwijken van de locatie op tekening. De bekabeling is functioneel en is aangelegd conform de huidig geldende normen. Indien de bekabeling niet hieraan voldoet dient dit te worden aangepast.

Renovatie

Tijdens de ombouw/renovatie van de installatie zal het pand tijdelijk geheel of gedeeltelijk onbeveiligd zijn. In overleg met u zal geprobeerd worden deze tijd zoveel mogelijk te beperken. Voor deze periode zal door u in eigen beheer toezicht/bewaking op locatie geregeld dienen te worden.

Getracht zal worden het huidige kabelwerk zoveel mogelijk te handhaven. Daar waar dit om technische redenen niet mogelijk is, zal een nieuwe kabel worden aangebracht. Gezien het feit dat een en ander niet vooraf is vast te stellen, zullen de kosten hiervan separaat van deze offerte op basis van nacalculatie aan u worden doorberekend.

In het nieuwe beveiligingsplan zullen wij de bestaande detectie- en signaleringscomponenten hergebruiken mits deze technisch in orde zijn waarbij het eindoordeel bij de installatietechnicus ligt. Indien er componenten moeten worden vervangen, welke in dit beveiligingsplan worden hergebruikt, zullen wij dit na overleg met u op basis van nacalculatie uitvoeren. Bij vervanging dient u rekening te houden met mogelijke omvang- en kleurverschillen tussen de bestaande en de nieuwe detectie- en signaleringscomponenten.

Tijdelijke doormelding

Wanneer u tijdelijk niet beschikt over een communicatielijn voor de doormelding van uw systeem, dan kunnen wij u hiervoor een zenderunit leveren. Deze zenderunit zal voor een vooraf vastgestelde periode gehuurd kunnen worden. De SIM-kaart dient u zelf aan te leveren.

Fasering

Zoals besproken/vermeld in het bestek zal de uitvoering gefaseerd verlopen. De installatie zal na de laatste fase in één keer als geheel in bedrijf gesteld worden. Indien de installatie per fase werkend opgeleverd dient te worden resulteert dit in meerwerk. Voor de extra benodigde uren kunnen wij u een aanvullende offerte doen toekomen.

Overname

In onze offerte zijn wij ervan uitgegaan dat het systeem in nominale staat verkeert en voldoet aan de huidige relevante eisen. Tevens dient de documentatie (tekening en logboek) en inlogcode van de installatie aanwezig te zijn. Indien dit niet het geval is of niet bekend, is een nulbeurt noodzakelijk. Afwijkingen of tekortkomingen worden dan geconstateerd en kunnen in een aanvullende offerte aangeboden worden. Anders zullen afwijkingen op basis van nacalculatie verrekend worden.

Wetgeving

Voskamp Beveiligingstechniek werkt conform wet- en regelgeving en specifieke de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureau met alle specifiek geldende regelingen voor uw beveiligingsinstallatie(s), behandeling van uw documenten en informatiestromen.

Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG)

Voor informatie over de huidig geldende regelgeving met betrekking tot persoonlijke data, bewaartermijnen van de opgenomen beelden en het eventueel registreren van uw installatie verwijzen wij u naar de website van de autoriteit persoonsgegevens www.autoriteitpersoonsgegevens.nl.

Risicobepaling inbraakbeveiliging

Regelgeving

De Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus is van toepassing op de beveiligings- werkzaamheden. De beveiligingswerkzaamheden worden uitgevoerd conform de Nationale Beoordelingsrichtlijn (NBRL) BORG*/VEB.

Tevens zijn de volgende onderliggende documenten van toepassing:

  • Verbeterde Risicoklasseindeling VRKI[1]
  • Installatievoorschriften voor alarmapparatuur
  • Voorschriften voor beheer en onderhoud alarmapparatuur

Risicoanalyse en risicoklassebepaling

De inbraakgevoeligheid van uw bedrijf wordt gemeten aan de hand van een analyse van omgevingsrisico’s, de inbraakgevoeligheid van uw bedrijf, de attractiviteit van uw inventaris en goederen en de plaats van de goederen in uw bedrijf.

Gegevens risicoadres:

  • Gegevens organisatie.
  • Ligging pand, uitvalwegen, aanrijtijd politie, sociale controle, omheining terrein (hoogte en kwaliteit), terreinbewaking.
  • Inbraakhistorie eigen woning en woningen/panden in de omgeving, vandalismerisico.
  • Bouwkundige staat te beveiligen woning (metselwerk of damwandprofielen), veel/weinig glas.
  • Plaatsbepaling attractieve goederen in de woning.
  • Immateriële attractieve goederen.

De risicoklasse, die het minimale niveau van de beveiligingsmaatregelen bepaalt, wordt vastgesteld door de verzekerde inkoopwaarde van de attractieve goederen (inbraakgevoelige en makkelijk mee te nemen goederen) te bepalen. Op basis van de door u verstrekte gegevens inzake de waarde van de attractieve goederen is het Programma van Eisen (PvE) opgesteld. 

Een goed beveiligingsplan is opgebouwd uit de onderstaande, op elkaar afgestemde, maatregelen:

  • Organisatorisch (O)
  • Bouwkundig (BK)
  • Compartimentering (CO)
  • Meeneembeperkend (ME)
  • Elektronisch (EL)
  • Schildetectie (SD)
  • Reactie (RE)
  • Alarmtransmissie (A)

De bovenstaande maatregelen hebben als doel:

  • Het zo snel mogelijk signaleren van een inbreker en het doormelden hiervan naar een Particuliere Alarm Centrale;
  • Het vertragen van de inbreker door middel van bouwkundige maatregelen;
  • Het afschermen c.q. compartimenteren van attractieve en schadegevoelige goederen;
  • Een verantwoord evenwicht vormen tussen het effect, de wendbaarheid en de kosten van de in dit plan geadviseerde maatregelen;
  • Verdieping ten aanzien van de maatregelen kunt u nalezen in het document “Definities van beveiligingsmaatregelen” van het VRKI 2.0 vigerende versie. Het document kunt u hier downloaden;
  • Voor verder advies over de te nemen maatregelen, afgestemd op uw specifieke situatie, kunt u contact opnemen met één van onze technisch adviseurs.

Organisatorische maatregelen (O)

Doel 

Met behulp van procedures en duidelijke afspraken om samen met uw medewerkers nader te bepalen preventievoorschriften en controles vast te leggen, waardoor het effect van de totale beveiligingsinstallatie wordt vergroot.

Niveaus

O1   Standaard organisatorische maatregelen:

  • Goed sleutelbeheer en gebruik.
  • Sluitronde.
  • Merken en registreren van waardevolle goederen.
  • Beveiligingsverlichting.
  • Ramen en deuren op slot.
  • Back-up van vitale computergegevens.

O2   O1 met daarbij een omschrijving van de specifieke organisatorische maatregelen die zijn toegespitst op het risico.

Bouwkundige maatregelen (BK)

Doel  
Een inbraak te bemoeilijken en diefstal van waarde-volle goederen te voorkomen. De geadviseerde bouwkundige maatregelen zijn gekozen in relatie tot de elektronische maatregelen.

Niveaus

BK1  Bouwkundige maatregelen met functionerend hang- en sluitwerk en goede kwaliteit van de gevel-elementen.

BK2  Bouwkundige maatregelen met prestatie-eis van 3 minuten inbraakwerendheid.

BK3  Bouwkundige maatregelen met prestatie-eis van 5 minuten inbraakwerendheid.

Compartimenteringsmaatregelen (CO)

Doel  

Het beveiligd opbergen van waardevolle attractieve goederen.

Niveaus

CO1  Compartimentering waarvan geen prestatie-eis voor inbraakwerendheid is bepaald.

CO2  Compartimentering met prestatie-eis van 3 minuten inbraakwerendheid.

CO3  Compartimentering met prestatie-eis van 5 minuten inbraakwerendheid.

Meeneembeperkende maatregelen (ME)

Doel  

Het bemoeilijken van het meenemen van waardevolle attractieve goederen.

Niveaus

ME1  Meeneembeperkende maatregel waarvan geen prestatie-eis voor diefstalvertraging is bepaald.

ME2  Meeneembeperkende maatregel met prestatie-eis van 3 minuten diefstalvertraging.

ME3  Meeneembeperkende maatregel met prestatie-eis van 5 minuten diefstalvertraging.

ME4  Meeneembeperkende maatregel met prestatie-eis van 10 minuten diefstalvertraging.

Elektronische maatregelen (EL)

Doel  

Een inbraak te signaleren en diefstal van waardevolle goederen te voorkomen. De geadviseerde elektronische maatregelen zijn gekozen in relatie tot de bouwkundige maatregelen.

Niveaus

EL1   Elektronische maatregel met als prestatie-eis:

  • Gebruik gecertificeerde componenten.
  • Optische/akoestische alarmgevers.
  • 2 jaarlijks Onderhoud systeem.

EL2   Elektronische maatregel met prestatie-eis:

  • Gebruik gecertificeerde componenten.
  • Optische/akoestische alarmgevers.
  • Jaarlijks Onderhoud systeem.

EL3   Elektronische maatregel met prestatie-eis:

  • Gebruik gecertificeerde componenten.
  • Optische/akoestische alarmgevers.
  • Ruimte werkende detectoren.
  • Jaarlijks Onderhoud systeem.

EL4   Elektronische maatregel met prestatie-eis:

  • Gebruik gecertificeerde componenten.
  • Optische/akoestische alarmgevers.
  • Ruimte werkende detectoren.
  • Jaarlijks Onderhoud systeem.

Schildetectie (SD)

Doel  

Schildetectie heeft betrekking op inbraaksignalering bij de eerste aanval op of voor de periferie van een gebouw of deel van een gebouw.

Niveaus

SD1  Schildetectie maatregel met als prestatie-eis:

  • Openstanddetectie op nooduitgangen.

SD2  Schildetectie maatregel met prestatie-eis:

  • Openstanddetectie op nooduitgangen.
  • Detectie op voor inbrekers bereikbare, vaste en beweegbare gevelelementen.

SD3  Schildetectie maatregel met prestatie-eis:

  • Openstanddetectie op nooduitgangen.
  • Detectie op voor inbrekers bereikbare, vaste en beweegbare gevelelementen.
  • Geschikte detectie op (bereikbare) wanden, vloeren en daken.

SD4  Elektronische maatregel met prestatie-eis:

  • Buitendetectie rond een object.

Reactie (RE)

Doel  

Alarmopvolging is noodzakelijk om het uiteindelijke doel van inbraakbeveiliging te bereiken.

Niveaus

RE1  Reactie alarmopvolging maatregel met als prestatie-eis:

  • Alleen van toepassing bij een alarminstallatie van niveau EL1 voor woningen.
  • In deze situatie kan de alarmering door het inbraaksignaleringssysteem gemeld worden naar een (mobiele) telefoon
  • Er is geen garantie dat de melding tijdig de alarmopvolger bereikt. Melding kan bijvoorbeeld in voicemail terechtkomen.
  • De alarmopvolging kan geschieden door persoonlijke verificatie door de eigenaar of sleutelhouder(s).

RE2   Reactie alarmopvolging maatregel met prestatie-eis:

  • Alarmopvolging door sleutelhouder(s) die door de PAC worden gebeld. Bij de PAC moeten min. drie sleutelhouders bekend zijn.
  • Bij een alarmmelding zonder technische alarmverificatie wordt alleen de sleutelhouder gebeld.
  • Sleutelhouders moeten bereikbaar zijn en in staat zijn om te verifiëren of het geen vals alarm betreft.
  • Uitgangspunt is alarmopvolging binnen maximaal 15 minuten.
  • De sleutelhouder moet, bij mogelijk vermoeden dat het inbraakalarm door een criminele handeling ter plaatse is veroorzaakt, de PAC daarvan op de hoogte stellen en/of 112 te bellen.

RE3  Reactie alarmopvolging maatregel met prestatie-eis:

  • Reactie alarmopvolging: procedure als bij RE2, aangevuld met een contract voor alarmopvolging met een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid toegelaten particuliere beveiligingsorganisatie (geregistreerd middels ND nummer), die onder meer als sleutelhouder kan fungeren.
  • Sleutelhouder(s) moeten bij de PAC geregistreerd blijven voor terugkoppeling bij calamiteiten. Uitgangspunt is alarmopvolging binnen maximaal 15 minuten.
  • Bij RE3 kan ook worden gekozen voor RE2 + technische alarmverificatie waarmee in plaats van alarmopvolging door een particuliere beveiligingsorganisatie alarm-opvolging door een sleutelhouder samen met prioriteit 1 door de politie kan worden bereikt.

Alarmtransmissie (AT)

Doel  

Het alarmtransmissiesysteem moet gebruikmaken van een veilig en betrouwbaar netwerk. Transmissie start op het moment dat een alarm wordt gesignaleerd en loopt door tot het moment dat het signaal wordt ontvangen in de meldkamer.

Niveaus

AT1  Alarmtransmissie maatregel tot alarmering:

  • Een luidalarminstallatie én een optische alarmering zonder doormelding.
  • Een luidalarminstallatie én een optische alarmering aangevuld met een doormelding naar een (mobiele) telefoon (spraak, sms, of push-bericht). Voor een adequate alarmopvolging is het belangrijk dat deze (mobiele) telefoon bereikbaar is. Er is geen garantie of controle dat de melding tijdig de alarmopvolger bereikt. Ook kan de melding in een voicemail terechtkomen.

AT2  Alarmtransmissie maatregel tot alarmering:

  • Alarmsituatie moet binnen het gebouw een akoestisch alarm worden gegenereerd.
  • Alarmering aanwezig zijn, die goed zichtbaar is vanaf de openbare weg.
  • ATS-categorie SP2 of DP1 worden toegepast.
  • Alarmoverdracht moet geschieden naar een PAC.
  • Minimaal één keer per 25 uur moet ook een controlemelding vanuit de CCS plaatsvinden.
  • Aanvullend eisen bij IP gebruik, enkelvoudige verbinding (SP).

AT3  Alarmtransmissie maatregel tot alarmering:

  • Luidalarminstallatie én een optische alarmering conform AT2.
  • ATS-categorie DP3.
  • Elke 3 minuten moet over de primaire verbinding een controlemelding tussen de alarmkiezer en de ontvanger plaatsvinden.
  • Minimaal één keer per 25 uur vindt de controle-melding over de secundaire verbinding plaats.

AT4  Alarmtransmissie maatregel tot alarmering:

  • Luidalarminstallatie én een optische alarmering conform AT2.
  • ATS-categorie DP4.
  • Alarmoverdracht moet geschieden naar een PAC.
  • Elke 90 seconden moet over de primaire verbinding een controlemelding tussen de alarmkiezer en de ontvanger plaatsvinden.
  • Minimaal één keer per 5 uur moet een controle-melding over de secundaire verbinding plaatsvinden.